Sluiten     Printen
Is de periferie van Nederland ten dode opgeschreven?
Jouke van Dijk en Piet Pellenbarg
Vorige week verscheen het 'rapport Derks' over de structurele bevolkingsdaling die Nederland te wachten staat na 2035. Wat vooral de aandacht trok was de sterke daling van de bevolking die hij voorspelt voor de perifere regio's zoals het Noorden. Menig gemeente- en provinciebestuurder schrok zich rot en vroeg zich af of het ingezette beleid voor meer woningbouw en bedrijventerreinen niet drastisch op de rem zou moeten. Ook bestaat de kans dat het kabinet de resultaten van Derks aangrijpt om niet meer in het Noorden te willen investeren en bijvoorbeeld de Zuiderzeelijn overbodig verklaart. Dat zou jammer zijn want de kans dat de voorspelling van Derks uitkomt is niet groot.
'Derk's analyse gebaseerd op twijfelachtige aannames'

De voorspellingen van Derks zijn namelijk gebaseerd op zeer pessimistische uitgangspunten en op achterhaalde aannames over het gedrag van mensen en bedrijven. Uit de verschillende scenario's in de Noordelijke Arbeidsmarktverkenningen voor 2006 van de Rijksuniversiteit Groningen blijkt dat de kans groot is dat de bevolking tot 2040 in het Noorden juist sneller gaat groeien dan in de rest van het land. Een lege periferie. Is dit een reëel en onontkoombaar perspectief? Onmogelijk is het niet, de positie van regio's in de nationale en wereldeconomie wisselt nu eenmaal in de loop der geschiedenis. Na de Tweede Wereldoorlog kregen we de industrialisatiegolf die beginnend in de Randstad uiteindelijk ook naar de randen van Nederland spoelde, daarbij ogenschijnlijk ook geholpen door het regionale stimuleringsbeleid van de rijkoverheid. Inmiddels ontwikkelt de periferie zich meer op eigen kracht, en kondigde de regering aan te gaan stoppen met het regiospecifieke stimuleringsbeleid. Was dat misschien te voorbarig? Wordt de eigen ontwikkelingskracht van de perifere regio's overschat? Derks' analyse is gebaseerd op een reeks twijfelachtige aannames over zowel de binnen- als de buitenlandse migratie. Het is gebruikelijk om voor dergelijke lange termijnvoorspellingen uit te gaan van meerdere scenario's met verschillende veronderstellingen, maar Derks c.s. zijn heel stellig in hun bewering en geloven maar in één - nogal pessimistisch - scenario. Derks c.s. gebruiken hun pessimistische vooruitzichten om te pleiten voor minder investeringen in woningen, infrastructuur en bedrijventerreinen omdat we die toch later niet nodig zullen hebben. De regionale verschillen in werkloosheid gaan ook verdwijnen bij Derks. Dat is echter geen uitkomst van het model, maar dat stoppen ze er zelf in: de aanname is dat de regionale verschillen in werkloosheid vanaf 2006 elk jaar met 10zullen afnemen. Deze aanname is echter nergens op gebaseerd. Ook de aannames van Derks betreffende een trendmatige doorontwikkeling van ruimtelijk keuzegedrag van mensen en bedrijven (regio's om te wonen en te werken) zijn niet erg realistisch. Het lijkt erop dat de uitkomsten van Derks juist en vooral gebaseerd zijn op een aantal veronderstellingen uit het verleden die niet echt sporen met de actuele veranderingen in dit gedrag van bevolking en bedrijven. Zulk keuzegedrag is niet constant, er treden veranderingen in op, juist ook in onze tijd. Actuele veranderingen, die juist bezig zijn enkele van de ontwikkelingstrends in een andere richting om te buigen dan Derks c.s. suggereren. We noemen er een aantal: Wonen: Woonwensen van de Randstadbevolking sluiten steeds minder goed aan bij het Randstad woningaanbod - en de prijs ervan! Als het niet om de banen was, wilden grote delen van het Nederlandse volk helemaal niet in de Randstad wonen!! . Werken: Reeds geruime tijd tekenen zich belangrijke veranderingen af in de vestigingstendenzen in het bedrijfsleven: 'zachte' factoren worden steeds belangrijker bij de vestigingskeuze van bedrijven. Woon- en leefmilieu worden steeds meer medebepalend voor de lokatiekeuze. Uit de perifere regio's van Nederland is eind vorige week al de nodige kritiek gekomen op Derks' eenzijdige benadering van de toekomstige regionaal - economische ontwikkeling. Het gevaar bestaat dat in veel gemeenten bij de collegeonderhan delingen wordt besloten om minder te investeren in woningen en infrastructuur. En als er dan geïnvesteerd wordt moet dat volgens Derks c.s. vooral in de Randstad gebeuren. Het kabinet zal ze dankbaar zijn en bijvoorbeeld de Zuiderzeelijn overbodig kunnen verklaren. Het kabinet denkt al langer dat investeringen in de Randstad een hoger rendement opbrengen dan investeringen buiten de Randstad. Daar is echter nooit goed onderzoek naar gedaan. Conclusie: het is gevaarlijk om te geloven in de mechanische rekenmodellen van Derks c.s. met twijfelachtige aannames. Er moet meer onderzoek gedaan worden naar het werkelijke ruimtelijke gedrag van bedrijven en individuen. Dan zou best kunnen blijken dat investeringen in regio's buiten de Randstad veel rendabeler zijn dan erbinnen, en je kunt er ook nog mooi wonen.

Jouke van Dijk is hoogleraar Regionale Arbeidsmarkt analyse en Piet Pellenbarg is hoogleraar Economische Geografie. Beiden zijn verbonden aan de Faculteit der Ruimtelijke Wetenschappen van de Rijksuniversiteit Groningen

 
Foto's: 1,2. -. 3. Archief DvhN.
Mensen & Meningen          DvhN, 25 maart 2006, pagina 2