|
'Derk's analyse gebaseerd op
twijfelachtige aannames'
De voorspellingen van Derks zijn namelijk gebaseerd op zeer
pessimistische uitgangspunten en op achterhaalde aannames
over het gedrag van mensen en bedrijven. Uit de verschillende
scenario's in de Noordelijke Arbeidsmarktverkenningen voor
2006 van de Rijksuniversiteit Groningen blijkt dat de kans
groot is dat de bevolking tot 2040 in het Noorden juist sneller
gaat groeien dan in de rest van het land. Een lege periferie.
Is dit een reëel en onontkoombaar perspectief? Onmogelijk
is het niet, de positie van regio's in de nationale en wereldeconomie
wisselt nu eenmaal in de loop der geschiedenis. Na de Tweede
Wereldoorlog kregen we de industrialisatiegolf die beginnend
in de Randstad uiteindelijk ook naar de randen van Nederland
spoelde, daarbij ogenschijnlijk ook geholpen door het regionale
stimuleringsbeleid van de rijkoverheid. Inmiddels ontwikkelt
de periferie zich meer op eigen kracht, en kondigde de regering
aan te gaan stoppen met het regiospecifieke stimuleringsbeleid.
Was dat misschien te voorbarig? Wordt de eigen ontwikkelingskracht
van de perifere regio's overschat? Derks' analyse is gebaseerd
op een reeks twijfelachtige aannames over zowel de binnen-
als de buitenlandse migratie. Het is gebruikelijk om voor
dergelijke lange termijnvoorspellingen uit te gaan van meerdere
scenario's met verschillende veronderstellingen, maar Derks
c.s. zijn heel stellig in hun bewering en geloven maar in
één - nogal pessimistisch - scenario. Derks c.s. gebruiken
hun pessimistische vooruitzichten om te pleiten voor minder
investeringen in woningen, infrastructuur en bedrijventerreinen
omdat we die toch later niet nodig zullen hebben. De regionale
verschillen in werkloosheid gaan ook verdwijnen bij Derks.
Dat is echter geen uitkomst van het model, maar dat stoppen
ze er zelf in: de aanname is dat de regionale verschillen
in werkloosheid vanaf 2006 elk jaar met 10zullen afnemen.
Deze aanname is echter nergens op gebaseerd. Ook de aannames
van Derks betreffende een trendmatige doorontwikkeling van
ruimtelijk keuzegedrag van mensen en bedrijven (regio's om
te wonen en te werken) zijn niet erg realistisch. Het lijkt
erop dat de uitkomsten van Derks juist en vooral gebaseerd
zijn op een aantal veronderstellingen uit het verleden die
niet echt sporen met de actuele veranderingen in dit gedrag
van bevolking en bedrijven. Zulk keuzegedrag is niet constant,
er treden veranderingen in op, juist ook in onze tijd. Actuele
veranderingen, die juist bezig zijn enkele van de ontwikkelingstrends
in een andere richting om te buigen dan Derks c.s. suggereren.
We noemen er een aantal: Wonen: Woonwensen van de Randstadbevolking
sluiten steeds minder goed aan bij het Randstad woningaanbod
- en de prijs ervan! Als het niet om de banen was, wilden
grote delen van het Nederlandse volk helemaal niet in de Randstad
wonen!! . Werken: Reeds geruime tijd tekenen zich belangrijke
veranderingen af in de vestigingstendenzen in het bedrijfsleven:
'zachte' factoren worden steeds belangrijker bij de vestigingskeuze
van bedrijven. Woon- en leefmilieu worden steeds meer medebepalend
voor de lokatiekeuze. Uit de perifere regio's van Nederland
is eind vorige week al de nodige kritiek gekomen op Derks'
eenzijdige benadering van de toekomstige regionaal - economische
ontwikkeling. Het gevaar bestaat dat in veel gemeenten bij
de collegeonderhan delingen wordt besloten om minder te investeren
in woningen en infrastructuur. En als er dan geïnvesteerd
wordt moet dat volgens Derks c.s. vooral in de Randstad gebeuren.
Het kabinet zal ze dankbaar zijn en bijvoorbeeld de Zuiderzeelijn
overbodig kunnen verklaren. Het kabinet denkt al langer dat
investeringen in de Randstad een hoger rendement opbrengen
dan investeringen buiten de Randstad. Daar is echter nooit
goed onderzoek naar gedaan. Conclusie: het is gevaarlijk om
te geloven in de mechanische rekenmodellen van Derks c.s.
met twijfelachtige aannames. Er moet meer onderzoek gedaan
worden naar het werkelijke ruimtelijke gedrag van bedrijven
en individuen. Dan zou best kunnen blijken dat investeringen
in regio's buiten de Randstad veel rendabeler zijn dan erbinnen,
en je kunt er ook nog mooi wonen.
Jouke van Dijk is hoogleraar Regionale Arbeidsmarkt analyse
en Piet Pellenbarg is hoogleraar Economische Geografie. Beiden
zijn verbonden aan de Faculteit der Ruimtelijke Wetenschappen
van de Rijksuniversiteit Groningen
|