Het Noorden was in economisch opzicht lang
een zwakke regio, maar de achterstand is voor een goed deel ingehaald.
Soms staat de regio aan kop, bijvoorbeeld als je veel ruimte nodig
hebt.
Die levendigheid van de Eemshaven staat in schril
contrast met de situatie enkele jaren geleden, toen de door politiek Den
Haag bedachte Eemshaven meer en meer op een eldorado voor vogels ging
lijken.
Niet verder achterop
‘Ook met de rest van het Noorden gaat het helemaal niet slecht’,
stelt professor Jouke van Dijk,
hoogleraar regionale arbeidsmarktanalyse van de Rijksuniversiteit
Groningen. Weliswaar is ook Noord-Nederland onlangs nog geraakt
door bedrijfssluitingen (Foto Kral) en afslankingen (Cordis, scheepsbouw)
en zit aluminiumfabriek Aldel in zwaar weer door de hoge energieprijzen,
maar het Noorden raakt niet verder achterop, stelt Van Dijk.
In de
afgelopen vier jaar is het bruto regionaal product van de noordelijke
economie een fractie sneller gegroeid dan het landelijke gemiddeld, 0,9%
tegen 0,8%. Ook de banengroei lag hoger. Van Dijk: ‘Het noorden begint
meer op Nederland te lijken. Vroeger zagen we dat een recessie in
Noord-Nederland later begon en ook dieper was. Nu zien we dat
Noord-Nederland gelijk op gaat. Toen we dat analyseerden, zagen we dat de
sectorstructuur in Noord-Nederland meer op die van Nederland is gaan
lijken.’ Zo is er minder industrie en meer zakelijke dienstverlening.
Succesfactoren
Bij de speurtocht naar de succesfactoren in Noord-Nederland ontdekte
Van Dijk nog een ander fenomeen. Het Noorden speelt een steeds sterkere
rol bij de uitgifte van bedrijfsterreinen. ‘Vijftien jaar geleden was het
noorden goed voor 10% van de jaarlijkse uitgifte van bedrijfsterrein, dat
is gegroeid tot 20% nu’. De hoogleraar denkt de reden te kennen. ‘In het
Noorden is er veel meer ruimte voor bedrijven beschikbaar en deze is snel
uitgeefbaar.’ Daarbij betaalt de ondernemer veel minder voor de grond dan
elders in Nederland. Vooral bedrijven die veel ruimte nodig hebben kiezen
daarom voor het Noorden.
Dat klopt, beaamt directeur-eigenaar Theo Pouw van Pouw Recycling. ‘De
prijs van de grond was doorslaggevend.’ Hij investeert € 80 mln in de
Eemshaven in een recyclingfabriek voor bouwstoffen. Binnen Nederland was
de Eemshaven de enige serieuze optie, zegt Pouw. De Randstad en ook
Zeeland vielen af voor de noodzakelijke uitbreiding. Pouw zegt dat
Noord-Nederland ‘alleen interessant is als je de ruimte nodig hebt’. Pouw
kreeg veel verbaasde reacties in de Randstad. ‘Wat moet je daar aan het
eind van de wereld’, vroegen zakenrelaties zich af. Hoewel Pouw een ‘goed
gevoel’ bij zijn beslissing heeft, noemt hij de nieuwe stek nog wel ‘erg
leeg’ in vergelijking met bijvoorbeeld Utrecht, waar zijn bedrijf vroeger
zat.
Ruimtekrapte
Noord-Nederland zou nog meer van
die ruimtekrapte elders kunnen profiteren. Wetenschapper Van Dijk denkt
dat Den Haag het best in Groningen, Drenthe en Friesland kan investeren.
Hij staat daarmee lijnrecht tegenover het kabinetsbeleid. ‘De
staatssecretaris van Economische Zaken zegt dat het rendement het grootst
is in gebieden waar de economie het snelst groeit. Ze spreekt van de
Randstad en gebieden in het zuiden. Ik vraag me dat af. Waarop is haar
conclusie gebaseerd? Ik kan dat bewijs niet vinden.’ Hij doelt op het
rapport Pieken in de Delta. Daarbij wordt nadrukkelijk gesteld dat er meer
overheidsgeld naar de belangrijkste economische zones moet, zoals de
A2-zone van de Randstad via onder meer Utrecht, Gelderland en
Noord-Brabant naar Limburg. En minder naar Noord- en Oost-Nederland.
Onlangs noemde de staatssecretaris het gebied Zuidoost-Noord-Brabant en
Limburg de ‘hotste hotspot’. Dat klopt misschien wel voor het verleden,
stelt Van Dijk. ‘Maar wie zegt dat het ook klopt voor de toekomst?’
Rendement
Van Dijk zou onderzocht willen zien
waar een extra overheidseuro het meeste oplevert, in een ‘hotspot’ of een
regio waar nog veel ruimte is en files nauwelijks een rol spelen. Hij
wijst op onderzoeken waaruit blijkt dat drukke regio’s met veel files,
hoge grond- en kantoorprijzen en hogere loonkosten nauwelijks nog kunnen
groeien wat arbeidsproductiviteit aangaat. ‘Het zou wel eens kunnen zijn
dat in een gebied met een nog lage arbeidsproductiviteit, zoals
Noord-Nederland, je meer rendement krijgt van overheidsinvesteringen. Maar
die analyse is niet gemaakt.’ Van Dijk heeft een onderzoeksdoelstelling.
‘Je moet je afvragen wat beter is, een remmende voorsprong, of een
stimulerende achterstand.’ Hij vergelijkt de situatie met die van een
gearriveerde topsporter. ‘Het kost heel veel moeite om hem nog harder te
laten lopen, terwijl aankomend talent nog gemakkelijk de prestatie kan
verbeteren.’
Zweeftrein
Die discussie tussen enerzijds het
Noorden en anderzijds grote delen van Nederland over het hoogste rendement
is het hevigst bij het onderwerp zweeftrein. Intussen is er een soort
spontane brede maatschappelijke discussie ontstaan over het wel of niet
aanleggen van die supersnelle trein tussen de Randstad en Groningen.
Veel te duur, zeggen de tegenstanders, die in Den Haag de meerderheid
hebben en gesteund worden door onder meer regionale politici uit
Zuid-Nederland. Foute analyse, zeggen de voorstanders. VNO-NCW-voorzitter
Bernard Wientjes meent dat de discussie te beperkt wordt gevoerd. De
werkgeversvoorzitter zegt hij dat de snelle trein niet alleen als
vervoermiddel moet worden gezien. ‘Maar ook als een innovatief product.
Mijn suggestie aan het Noorden is: houd niet op met vechten voor die
zweeftrein.’